Handelingen 6: 8-15 en 7: 54-60
Na de hemelvaart van Jezus bleven de discipelen achter met de opdracht om de boodschap van Jezus door te vertellen. Er ontstond in Jeruzalem een gemeenschap van mensen die alles met elkaar deelden. De discipelen (ook wel apostelen genoemd) hadden de leiding, maar soms ging het ook weleens mis.
In het boek Handelingen van de Apostelen wordt melding gemaakt van twee groepen christenen in Jeruzalem, de Hebreeuws- of Arameessprekenden en de Griekssprekenden. Deze laatsten klaagden dat hun weduwen materieel werden achtergesteld. Daarom besloten de apostelen 7 mannen te benoemen om hen te helpen. Ze worden diakenen genoemd en Stefanus was één van hen en wordt beschreven als een diep gelovig man.